Vanmorgen zette ik mijn dochter af aan de schoolpoort. Voor de allerlaatste keer.
Op de terugweg naar huis rolden de tranen vanzelf over mijn wangen.
Ineens besef je het. Alles gebeurt voor de laatste keer.
De laatste schoolochtend.
De laatste babbel aan de schoolpoort.
De laatste keer dat de buurman met zijn hond vriendelijk goedemorgen zegt.
De laatste keer dat alles zo gewoon voelt.
Of net niet meer.
Het gekke is dat je dingen pas echt begint te waarderen wanneer je weet dat ze eindig zijn. Mochten we blijven, dan zouden al die kleine momenten gewoon vanzelfsprekend zijn. Maar nu lijken ze stuk voor stuk bijzonder.
Net omdat we vertrekken, besef ik hoeveel warme mensen ons omringen.
Onze fantastische familie.
Onze lieve vrienden.
De fijne buren.
De vriendelijke gezichten die al jaren deel uitmaken van ons dagelijks leven zonder dat we er echt bij stilstonden.
En dan gebeurt er nog iets moois.
Net omdat we weggaan, vertellen mensen ons hoe graag ze ons zien. Hoe hard ze ons zullen missen. Woorden die waarschijnlijk nooit uitgesproken waren als we gewoon zouden blijven.
Dat raakt me.
Toch probeer ik mezelf eraan te herinneren dat dit geen afscheid is.
Ik zal die gezichten terugzien. We komen terug. Alleen niet meer elke dag. Niet meer zo vanzelfsprekend.
Binnen exact één maand vertrekken we naar Spanje.
En tot dan neem ik me voor om bewust te genieten van elke glimlach, elke goeiedag, elke knuffel en elk klein moment dat deze plek zo vertrouwd maakt.
Soms moet je weggaan om te beseffen hoeveel liefde er eigenlijk al die tijd al rondom je was